ECLI:NL:GHAMS:2023:1215
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis rechtbank over afwikkeling nalatenschap zonder verplichting tot rekening en verantwoording
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van eiser tegen gedaagde inzake de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder, die in 2016 overleed zonder testament. Eiser stelde dat gedaagde onrechtmatig financieel beheer voerde en onvoldoende rekenschap gaf over transacties van de bankrekening van de erflaatster.
De rechtbank had de vorderingen van eiser afgewezen en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overwoog dat tot 2014 erflaatster voldoende wilsbekwaam was om haar financiële belangen te behartigen en dat gedaagde geen verplichting tot rekening en verantwoording had. Vanaf 2014 was erflaatster wilsonbekwaam, maar gezien de familierelatie en mantelzorgsituatie was terughoudendheid geboden bij het opleggen van een dergelijke verplichting.
Het hof vond dat de uitgaven van gedaagde binnen het normale uitgavenpatroon van erflaatster vielen of op haar uitdrukkelijke wens waren gedaan. Ook de beschuldigingen van onrechtmatig handelen, ongerechtvaardigde verrijking en het verzwijgen van goederen faalden. De vordering met betrekking tot sieraden werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof compenseerde de proceskosten en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van eiser af zonder verplichting tot rekening en verantwoording.