ECLI:NL:GHAMS:2023:1221
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep verzoek verwijdering BKR-registratie wegens gebrek aan spoedeisend belang
Appellant heeft bij dagvaarding hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter waarin haar verzoek tot verwijdering van een kredietregistratie bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) door ING werd afgewezen. De registratie betrof een achterstandscodering die zichtbaar blijft tot september 2025, hetgeen financiering van een nieuwe woning in de weg stond.
In eerste aanleg werd het spoedeisend belang aangenomen vanwege een lopend koopcontract met ontbindende voorwaarden en termijnen voor het stellen van een waarborgsom. In hoger beroep oordeelt het hof dat het spoedeisend belang ten tijde van de uitspraak ontbreekt, omdat appellant het koopcontract heeft ontbonden en onvoldoende heeft onderbouwd welk actueel spoedeisend belang zij nog heeft.
Het hof stelt vast dat het enkel feit dat de woning nog te koop staat en een andere koper zich kan aandienen, onvoldoende is om ontvankelijkheid in een spoedprocedure te rechtvaardigen. Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan spoedeisend belang.