Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
(…)2. De verzekering voorziet in geval van arbeidsongeschiktheid (…) in een uitkering ter grootte van het aantal aaneengesloten perioden van 30 dagen dat verzekerde arbeidsongeschikt is geweest tot een maximum van 100 van dergelijke perioden van 30 dagen vermenigvuldigd met het verzekerd maandbedrag dat op het polisblad is vermeld, zulks met inachtneming van de maximale uitkering van EUR 100.000,- als bedoeld in artikel 1 lid Pro i, van deze voorwaarden en de gronden waarop de uitkering is uitgesloten als bedoeld in artikel 8, van deze voorwaarden.
(…)
(…)
(…)
(…) In de door de rechtbank uitgesproken vonnis wordt niet gesproken dat de uitkering zonder beperking wordt toegewezen. Uit het vonnis merken wij op dat er slechts € 500,00 per maand betaald dient te worden, minus het voorschotbedrag van € 6.000,00.
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
zonder dat zij haar restricties ten aanzien van de duur of hoogte van de uitkering handhaaft.” [geïntimeerde] herhaalt dit standpunt in randnummer 98: “
Ook daarom dienen de restricties ten aanzien van de duur of hoogte van de uitkering buiten beschouwing te worden gelaten.” [geïntimeerde] rondt dit deel van de inleidende dagvaarding af met het kopje ‘Conclusie’ en stelt in het daaronder opgenomen randnummer 99: “
(…) De voorwaarde waarmee de uitkering wordt beperkt in lengte/duur gaat eveneens niet op. (…)”.
nietvan toepassing zijn, terwijl uit het oordeel van de rechtbank over de wachttijd volgt dat de polisvoorwaarden
welvan toepassing zijn.
€ 1.183,-(tarief II, 1 punt)