Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
hetzelfde geschilpuntweer aan de orde wordt gesteld. Het begrip geschilpunt moet niet te beperkt worden opgevat. [18] Ook als een nieuw juridisch kader wordt gehanteerd, kan het hetzelfde geschilpunt betreffen. Zo kan aan het oordeel dat de koopprijs is verschuldigd omdat het verweer van gedaagde niet opgaat dat de gekochte zaak wegens bepaalde eigenschappen daarvan niet voldoet aan de conformiteitseis, gezag van gewijsde toekomen in een nieuw geding waarin gedaagde vordert om de koopovereenkomst te vernietigen op grond van dwaling vanwege het ontbreken van bepaalde eigenschappen van die zaken. Hoewel het geschilpunt aangaande de non-conformiteit niet hetzelfde is als vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling, gaat het in het nieuwe geding materieel opnieuw over het ontbreken van bepaalde eigenschappen van de waar. [19] Zo is het voor een geslaagd beroep op het gezag van gewijsde niet nodig dat in beide procedures de vordering dezelfde is. [20]
[…] /SH Beheer) oordeelde de Hoge Raad dat geen sprake is van een beslissing over de rechtsbetrekking in geschil, als de rechter het gevorderde afwijst op grond van het oordeel dat de door de eisende partij daaraan ten grondslag gelegde stellingen onvoldoende zijn om de rechter in staat te stellen een beslissing te geven aangaande de rechtsbetrekking in geschil. [26] In deze zaak vorderde huurster […] ontbinding van de huurovereenkomst en schadevergoeding voor schade die zij had opgelopen als gevolg van verbouwingswerkzaamheden aan het gehuurde. Gedaagde, verhuurder SH Beheer, verscheen wel in de procedure, maar had geen conclusie van antwoord genomen en had dus geen verweer gevoerd. De ontbinding van de huurovereenkomst werd door de kantonrechter toegewezen, maar de schadevergoedings-vordering wees de kantonrechter af. Volgens de kantonrechter had huurster te weinig aan die vordering ten grondslag had gelegd en viel uit haar stellingen geen inzicht te putten over de aard van de schade die zij zou hebben geleden en waarom daarvoor betaling van het gevorderde bedrag op haar plaats zou zijn. Vervolgens startte huurster een nieuwe procedure, waarin zij opnieuw (in verbeterde vorm [27] ) schadevergoeding vorderde. In die nieuwe procedure beriep verhuurder zich op het gezag van gewijsde van de eerdere beslissing van de kantonrechter. Kantonrechter en rechtbank honoreerden dit verweer. Het daartegen gerichte cassatieberoep van huurster slaagde. De Hoge Raad overwoog het volgende:
[…] /Nedgoeduit 2000 (waarin werd teruggegrepen op het arrest
[…] /SH Beheer): [29]
NJ1994, 175). Onderdeel 1 kan daarom niet tot cassatie leiden.”
geschilbeslissing.Daarmee bedoelt zij de beslissing over de vraag of uit de rechtsverhouding tussen partijen het door eiser ingeroepen rechtsgevolg voortvloeit. [36] Dit in tegenstelling tot
voorbeslissingen, dat zijn de beslissingen over alle voorvragen waarop de geschilbeslissing is gegrond. In op tegenspraak gewezen vonnissen kan ook gezag van gewijsde toekomen aan voorbeslissingen, maar voor verstekvonnissen geldt dat niet. [37] Volgens Beukers blijft het gezag van gewijsde van een verstekvonnis beperkt tot de geschilbeslissing. [38] Dat lijkt mij in zoverre juist, dat ook de ‘voorbeslissing’ dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, gezag van gewijsde toekomt.
rechtskrachtvan de rechterlijke beslissing, die voortvloeit uit het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. In die gedachtegang is het niet het gezag van gewijsde, maar de rechtskracht van het verstekvonnis, die eraan in de weg staat dat de beslissing in het dictum van het verstekvonnis opnieuw ter discussie zou kunnen worden gesteld in een volgende procedure. Alleen door het aanwenden van een rechtsmiddel kan de rechtskracht van het verstekvonnis worden aangetast. Zie in deze zin (in navolging van Gras [39] ) het
Compendium van het burgerlijk procesrecht: [40]
voorkomt.Het woord 'voorkomt' duidt op een summiere beoordeling van de eis en de grondslagen daarvan. [41] Men mag van dit ‘tenzij-onderzoek’ dus geen hoogstaande verwachtingen hebben. [42]
enkelde beslissing over het gevorderde waaraan partijen in een latere procedure gebonden zijn. Alleen voor díe beslissing geldt dat zij – behoudens door het aanwenden van een rechtsmiddel – niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld in een volgende procedure. Dat beperkt zich dan ook nog tot een
toewijzendebeslissing; als de rechter in een verstekvonnis een vordering afwijst omdat onvoldoende is aangevoerd (na uitvoering van de ‘tenzij onrechtmatig of ongegrond-toetsing’ van art. 139 Rv Pro), kan in een nieuwe procedure dezelfde vordering, met een verbeterde grondslag worden ingesteld. Dat volgt uit de hiervoor besproken arresten uit 1993 (zie onder 3.16) en uit 2000 (zie onder 3.19).
beschikkingin een verzoekschriftprocedure waarin gedaagde niet is verschenen. Toch is geen sprake van een ‘verstekbeschikking’, omdat de regeling inzake verstek en verzet niet van toepassing is in verzoekschriftprocedures. [46] De reden daarvoor, zo schrijft Ynzonides, is de wens om de verzoekschriftprocedure zo eenvoudig en informeel mogelijk in te richten. Een formaliteit zoals verstekverlening wordt geacht niet te passen binnen het informele karakter van de verzoekschriftprocedure. Bij de voluntaire jurisdictie (waarvoor de verzoekschriftprocedure oorspronkelijk is ontwikkeld) laat zich het ontbreken van verstek bovendien verklaren, doordat niet steeds een (bekende) belanghebbende, laat staan een wederpartij bestaat, tegen wie verstek zou moeten worden verleend. [47] Overigens bepleit Ynzonides dat als het gaat om contentieuze jurisdictie, ook in verzoekschriftprocedures de mogelijkheid van verzet wordt ingevoerd; de genoemde bezwaren gelden voor die procedures niet.
De beoordeling
of de aldus vaststaande stellingen […] voldoende grondslag [vormen] voor het op na te melden wijze toewijzen van het verzoek”. Deze wijze van beoordeling lijkt sterk op de beoordeling die is voorgeschreven in art. 139 Rv Pro, dat de vordering wordt toegewezen tenzij het gevorderde de rechter
onrechtmatig of ongegrondvoorkomt (vgl. hiervoor onder 3.22).