Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat een persoonlijke leningsovereenkomst centraal waarbij de kredietnemers hun betalingsverplichtingen niet zijn nagekomen. De kantonrechter vernietigde de overeenkomst ambtshalve wegens strijd met Europees consumentenrecht, met name omdat de kredietwaardigheidstoets niet zou zijn verricht vóór het sluiten van het contract.
In hoger beroep betwist de kredietverstrekker deze conclusie en stelt dat de toets voorafgaand aan de contractsluiting is uitgevoerd. Het hof stelt vast dat het contract pas tot stand kwam na goedkeuring van de leningaanvraag, conform de contractuele bepaling die partijen redelijkerwijs zo mochten uitleggen. Daarmee is voldaan aan de wettelijke kredietwaardigheidstoets.
Het hof benadrukt het hoge beschermingsniveau van de Richtlijn consumentenkrediet en de plicht van de rechter om ambtshalve toetsingen te verrichten, maar ziet geen strijd met de richtlijn of het verbod op oneerlijke bedingen. Wel is onduidelijk wanneer de ontbindingstermijn aanvangt, omdat niet is vastgesteld op welke dag de goedkeuringsmail is verzonden. Daarom wordt de zaak aangehouden voor nadere bewijslevering.
De verdere beslissing wordt aangehouden totdat de kredietverstrekker de relevante e-mail kan overleggen, waarna het hof zal beoordelen of vernietiging van het contract alsnog aan de orde is. Tot die tijd blijft de vordering van de kredietverstrekker in stand.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de kredietwaardigheidstoets vóór het contract is verricht en wijst de vordering toe onder voorbehoud van bewijs over de aanvang van de ontbindingstermijn.