ECLI:NL:GHAMS:2023:1419
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen na scheiding
De moeder en vader zijn sinds 2016 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over hun twee minderjarige kinderen, die bij de moeder wonen. De kinderen waren van 2020 tot 2022 onder toezicht gesteld vanwege zorgen over de situatie tussen de ouders. De moeder verzocht het eenhoofdig gezag toe te kennen, maar de rechtbank wees dit af en de moeder ging hiertegen in hoger beroep.
Tijdens de procedure bleek dat de ouders ondanks communicatieproblemen een vorm van parallel ouderschap nastreven, waarbij zij zo zakelijk mogelijk communiceren. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde dat eenhoofdig gezag geen oplossing biedt voor de communicatieproblemen en dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moet blijven.
Het hof oordeelde dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. De moeder kon haar zorgen over toekomstige conflicten niet concreet onderbouwen. De kinderen doen het goed en hebben geen last van het gezamenlijk gezag. Daarom werd het verzoek van de moeder afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af en bekrachtigt het gezamenlijk gezag over de kinderen.