Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
Vraag 1
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft een hoger beroep van [appellant] tegen vonnissen van de rechtbank Amsterdam over schade aan goederen tijdens transport naar Congo. [Appellant] was verantwoordelijk voor het laden, positioneren en vastzetten van de lading in containers. Na aankomst in Congo bleek een deel van de goederen beschadigd te zijn. De rechtbank stelde vast dat de verpakking en stuwage onvoldoende waren en veroordeelde [appellant] tot betaling van schadevergoeding.
In hoger beroep betwist [appellant] het causaal verband tussen de vermeende fout en de schade en biedt aanvullend bewijs aan, waaronder rapporten en foto’s die de rechtbank eerder niet in behandeling nam. Het hof benoemde een deskundige die uitgebreid ingaat op de technische aspecten van verpakking, stuwage en de effecten van transport over slechte wegen in Congo.
De deskundige concludeert dat het vastzetten van de lading op diverse punten onvoldoende was, met name door onvoldoende zekering tegen omvallen en het gebruik van sjorbanden die na verloop van tijd hun spanning verliezen. Ook is onvoldoende schokdemping toegepast. De invloed van hoge snelheden van vrachtauto’s op de krachten die op de lading inwerken wordt besproken.
Het hof besluit een mondelinge behandeling te gelasten waarbij de deskundige nadere toelichting zal geven en waarbij ook de aanvullende stukken van partijen worden betrokken. De beslissing wordt aangehouden tot na deze behandeling.
Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling voor nadere toelichting van de deskundige en houdt verdere beslissing aan.