Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief 1komt [appellante] op tegen de juistheid dan wel volledigheid van een aantal door de kantonrechter vastgestelde feiten (1.10 en 1.11). Daarmee zal hierna rekening worden gehouden. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
3.Beoordeling
grieven 2 tot en met 4, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, komt [appellante] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij op grond van artikel 7:661 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) aansprakelijk is voor de door [geïntimeerde] gestelde schade en kosten omdat sprake is van opzet dan wel bewust roekeloos handelen van [appellante] .