In deze zaak staat de verrekening van vermogensbestanddelen en partneralimentatie centraal in het kader van de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden tussen de man en de vrouw. Het hof heeft een deskundigenbericht laten opstellen over de waarde van de woning per 1 september 2018 en partijen gevraagd hun banksaldi en vermogensopstellingen te overleggen.
De deskundige taxeerde de woning op €425.000,- en partijen gingen akkoord met deze waarde. Uit de vermogensopstellingen blijkt dat het te verrekenen vermogen €49.486,20 bedraagt, waarvan ieder recht heeft op de helft. Na verrekening van schulden en vorderingen resteert een vordering van €8.366,93 van de man op de vrouw.
De vrouw had een beroep gedaan op verrekening van haar vordering uit hoofde van achterstallige partneralimentatie, maar het hof oordeelt dat dit beroep niet langer wordt voortgezet. Het hof wijst het bezwaar van de man tegen verrekening af en bepaalt dat de vrouw het genoemde bedrag aan de man moet voldoen.
Verder worden de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt, en de kosten van de deskundige worden gelijkelijk verdeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hof vernietigt een eerdere beschikking voor zover deze de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden betreft, waarna het hof opnieuw beslist.