ECLI:NL:GHAMS:2023:1521
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis mishandeling dochter met vervanging bewijsoverweging
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2021, waarin verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde mishandelen van zijn dochter.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak wegens de wettelijke beperking van hoger beroep tegen vrijspraakbeslissingen. Vervolgens bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen, maar verving de bewijsoverweging.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende steunbewijs had en dat het letsel van de dochter relatief beperkt was. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van de aangeefster betrouwbaar was en gesteund werd door verklaringen van derden, politiebevindingen en letselverklaringen. De verklaring van verdachte werd niet geloofwaardig bevonden, mede vanwege het ontbreken van een plausibele verklaring voor het letsel en de aanwezigheid van bloed in de woning en op de kleding van de aangeefster.
Het hof concludeerde dat het subsidiair tenlastegelegde mishandelen wettig en overtuigend bewezen kon worden, maar sprak verdachte vrij van poging tot zware mishandeling. Het vonnis van de rechtbank werd bevestigd met aangepaste bewijsoverwegingen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor mishandeling van zijn dochter; hoger beroep tegen vrijspraak wordt niet-ontvankelijk verklaard.