ECLI:NL:GHAMS:2023:1571

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
23-000720-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis mishandeling met aanvullende bewijsoverweging

Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Den Haag van 11 mei 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 14 februari 2023 heeft het hof kennisgenomen van de standpunten van de advocaat-generaal, de verdachte en zijn raadsman.

De verdediging voerde aan dat verdachte geen bijdrage had geleverd aan het openlijk geweld jegens het slachtoffer, onder meer op basis van een verklaring van een getuige die stelde dat een andere man met een vuurwapen bedreigde. Het hof heeft deze stelling verworpen, omdat het slachtoffer zelf verklaarde dat verdachte en zijn broer hem hebben geslagen, en het hof geen reden zag om aan de betrouwbaarheid van deze verklaring te twijfelen.

Daarnaast heeft het hof een aanvullende bewijsoverweging opgenomen en de inhoud van een proces-verbaal van aangifte aangevuld, waarin de verwondingen van het slachtoffer en zijn verklaring over de mishandeling door verdachte en zijn broer zijn vastgelegd.

Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep en wijst het beroep van verdachte af, waarmee de eerdere veroordeling in stand blijft.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling van verdachte voor mishandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000720-22
datum uitspraak: 28 februari 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Den Haag (zittingsplaats Amsterdam) gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 11 mei 2021 in de strafzaak onder parketnummer 09-170372-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 februari 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beslissingen dan de politierechter, zodat het hof zich verenigt met het vonnis waarvan beroep en dit derhalve zal bevestigen met dien verstande dat het hof:
 een aanvullende bewijsoverweging opneemt;
 de inhoud van bewijsmiddel 1 op hierna te noemen wijze aanvult.

Aanvullende bewijsoverweging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat [naam] heeft verklaard dat de man – die volgens de politie de verdachte zou zijn naar zijn auto is gelopen en hem met een vuurwapen heeft bedreigd op het moment dat andere personen [slachtoffer] mishandelden en dat deze man dus geen bijdrage aan het openlijk geweld jegens [slachtoffer] heeft geleverd.
Het hof overweegt als volgt.
[slachtoffer] heeft verklaard dat hij met verdachte had afgesproken bij een [tankstation] tankstation in Zoetermeer, dat hij daar met hem een gesprek heeft gevoerd en dat er vervolgens vier of vijf man kwamen aanlopen, dat het duwen en trekken werd en dat hij wakker werd in de ambulance. Ook heeft hij verklaard dat alle mannen hem hebben geslagen en dat de verdachte en zijn broertje zijn begonnen met slaan. Het hof heeft geen redenen om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze verklaring. De inhoud van de verklaring van [naam] maakt dat oordeel niet anders.
Het hof verwerpt derhalve het door de raadsman gevoerde verweer.

Aanvulling bewijsmiddel

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1500-2019098490-1 van 12 april 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en
[verbalisant 2] (pagina’s 58-64).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 12 april 2019 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van
[slachtoffer]:
V: Heb jij gezien wie jou geslagen hebben?
A: Allemaal.
V: Ook [verdachte] en zijn broertje?
A: Ja, die zijn ermee begonnen.
Noot verbalisant:
Wij, verbalisanten, zien bij de aangever dat hij een dikke wang heeft aan de rechterzijde van zijn gezicht. Hij geeft aan last te hebben van zijn rechtervoortand. Wij zien dat daar een klein stukje vanaf is. Wij zien bij de aangever dat de huid op de neus en onder de neus rood bebloed, geschaafd en verdikt is. Wij zien dat de aangever een rode schaafplek heeft, welke is bebloed tussen zijn ogen op het voorhoofd. Wij zien op de linkerpink van de aangever een sneetje op het kootje aan de bovenzijde van zijn pink.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag (zittingsplaats Amsterdam), waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. S.M. Milani en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 februari 2023.
Mr. N.E. Kwak en mr. N.J.M. de Munnik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
In opdracht van de in het buitenland verkerende oudste raadsheer heeft ondertekening plaatsgevonden door middel van een stempelhandtekening.
=========================================================================
[…]