Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam van 3 maart 2023. De verdachte werd beschuldigd van diefstal in vereniging van een portemonnee uit een tas op 23 februari 2023 in een tram nabij het Centraal Station van Amsterdam.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander de portemonnee heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof verwierp andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden en sprak verdachte daarvan vrij.
De strafrechtelijke beoordeling leidde tot bevestiging van de strafbaarheid van het bewezenverklaarde als diefstal door twee of meer verenigde personen. Het hof legde een gevangenisstraf van twee maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Hierbij werd rekening gehouden met de professionele wijze van zakkenrollerij en de impact op het slachtoffer, ondanks dat het om een lokportemonnee ging.
De raadsvrouw had een kortere straf gevorderd, maar het hof vond de opgelegde straf passend gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met de genoemde strafoplegging.