ECLI:NL:GHAMS:2023:164
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omgangsregeling vader met kinderen wegens psychische problematiek en belang kinderen
De zaak betreft een hoger beroep van een vader die verzoekt om een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen. Eerder had de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigd en de omgangsregeling stopgezet vanwege de psychische problematiek van de vader en het belang van de kinderen.
De vader stelt dat zijn psychische situatie is gestabiliseerd en dat hij nu in staat is voor zijn kinderen te zorgen. Hij overlegt verklaringen van behandelaars waaruit blijkt dat hij geen psychose heeft en openstaat voor medicatie. De moeder betwist dit en wijst op het psychiatrisch verleden van de vader, het geweld in het verleden en de weerstand van de kinderen tegen omgang.
Het hof concludeert dat de vader onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn situatie structureel is verbeterd. De overgelegde medische stukken tonen een wisselend psychisch beeld en de kinderen voelen zich onveilig bij contact. Ook het gedrag van de vader tijdens de procedure wekt zorgen.
Een nieuw raadsonderzoek wordt niet gelast vanwege het risico op onrust bij de kinderen. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot omgang af.
Uitkomst: Het verzoek tot omgangsregeling van de vader met zijn kinderen wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.