Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellante 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn buren met een geschil over de erfgrens en eigendom van een strook grond tussen hun percelen. De rechtbank stelde vast dat geïntimeerden eigenaar zijn van de grondstrook achter hun woning door verjaring, gebaseerd op langdurig bezit en onderhoud van de betonnen palen en schutting sinds de jaren '80.
Appellanten voerden diverse grieven aan, waaronder dat de palen niet altijd op dezelfde plaats stonden en dat de erfgrens onduidelijk zou zijn. Het hof verwierp deze grieven, oordeelde dat de palen slechts scheefgezakt zijn maar niet verplaatst, en bevestigde dat de erfgrens loopt over de lijn van de onderzijde van de betonnen palen door tot aan de sloot.
Verder werd appellanten veroordeeld om de erfafscheiding binnen vier weken in goede staat terug te brengen, inclusief het rechtop zetten van de palen en terugplaatsen van het plaatwerk, en om mee te werken aan de inschrijving van de eigendomsverkrijging. Het hof bekrachtigde het overige vonnis en bepaalde dat de proceskosten worden verdeeld zoals in het arrest vermeld.
Uitkomst: Geïntimeerden zijn eigenaar van de grondstrook door verjaring; appellanten moeten de erfafscheiding herstellen en meewerken aan inschrijving eigendom.