ECLI:NL:GHAMS:2023:1699

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
23-001346-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs na niet horen van getuigen in belediging en vernieling

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van belediging en vernieling op 25 december 2017 in Amsterdam.

De politierechter had verdachte veroordeeld tot een geldboete, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde verdachte tot een lagere boete. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.

Tijdens het hoger beroep kon het hof de verklaringen van de aangeefster en een getuige niet gebruiken, omdat zij in de Verenigde Staten wonen en het rechtshulpverzoek om hen te horen niet werd uitgevoerd. Het hof achtte het onaannemelijk dat zij binnen aanvaardbare termijn gehoord konden worden.

Omdat het bewijs vrijwel geheel steunde op deze niet-ondervraagde getuigen, en er geen compenserende maatregelen mogelijk waren, oordeelde het hof dat het gebruik van hun verklaringen in strijd was met het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro. Daarom sprak het hof verdachte vrij wegens gebrek aan voldoende wettig bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende wettig bewijs door het niet kunnen horen van cruciale getuigen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001346-21
datum uitspraak: 13 juli 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 11 mei 2021 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 september 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-109073-18 tegen:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1988,
adres: [adres01] .

Procesgang

De politierechter heeft de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van € 500,00, waarvan € 250,00 voorwaardelijk.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 7 februari 2020 het bestreden vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan en de verdachte voor feit 1 veroordeeld tot een geldboete van € 250,00.
Namens de verdachte is tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 11 mei 2021 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen na terugwijzing naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2023.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 25 december 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer01] , in haar tegenwoordigheid, - mondeling, heeft beledigd door haar de woorden toe te voegen: “I won’t talk with you nigger”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking, en/of – door feitelijkheden, heeft beledigd, door haar eenmaal of meermalen in het gezicht te spugen;
2.
hij op of omstreeks 25 december 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer01] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Zowel de advocaat-generaal als de raadsman hebben zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1 en 2 tenlastegelegde. Daartoe is het volgende aangevoerd. De verklaringen van aangeefster [slachtoffer01] en getuige [getuige01] mogen niet voor het bewijs worden gebruikt, nu de verdediging deze getuigen niet heeft kunnen ondervragen en van compenserende maatregelen geen sprake is. Indien deze verklaringen worden uitgesloten van het bewijs, kan een bewezenverklaring niet volgen vanwege gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.
Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
De raadsheer-commissaris heeft op 24 november 2021 op het verzoek van de raadsman van de verdachte beslist dat aangeefster [slachtoffer01] en getuige [getuige01] dienen te worden gehoord als getuige. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris van 16 november 2022 blijkt het volgende. Zowel aangeefster [slachtoffer01] als getuige [getuige01] zijn woonachtig in de Verenigde Staten. De raadsheer-commissaris heeft gelet daarop op 21 april 2022 een rechtshulpverzoek via de Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken (AIRS) naar de Verenigde Staten verzonden. In dit rechtshulpverzoek werd verzocht om een (video)verhoor van beide getuigen en ten aanzien van de getuige [getuige01] werd bovendien verzocht om onderzoek te doen naar het adres van deze getuige. Op 5 september 2022 heeft AIRS een brief van de Amerikaanse autoriteiten van 17 mei 2022 ontvangen. Uit deze brief volgt kort gezegd dat de centrale autoriteit van de Verenigde Staten het rechtshulpverzoek onuitgevoerd heeft teruggestuurd, aangezien ‘prioriteit moet worden gegeven aan verzoeken met betrekking tot de ernstigste zaken’. Gelet op het voorgaande is de raadsheer-commissaris van oordeel dat het onaannemelijk is dat aangeefster [slachtoffer01] en getuige [getuige01] binnen aanvaardbare termijn zullen worden gehoord. De raadsheer-commissaris heeft vervolgens zijn pogingen tot het horen van voornoemde getuigen gestaakt.
Het hof overweegt als volgt.
Met de raadsheer-commissaris is het hof van oordeel dat het onaannemelijk is dat de getuigen binnen een aanvaardbare termijn zullen worden gehoord. Het hof zal daarom de voorwaardelijke getuigenverzoeken afwijzen.
Vervolgens ziet het hof zich voor de vraag gesteld welke gevolgen dit heeft voor de eindbeoordeling van de zaak. Daarvoor dient te worden beoordeeld welke invloed het niet kunnen horen van de getuigen heeft op de ‘
overall fairness’van de procedure. Voor die beoordeling wordt het driestappenplan gevolgd zoals dat in de rechtspraak van het EHRM is ontwikkeld.
De eerste stap is de vraag of er een goede reden is dat getuigen [slachtoffer01] en [getuige01] niet zijn gehoord. Het hof wijst op het proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris van 16 november 2022 waaruit volgt dat er meerdere pogingen zijn gedaan om de getuigen te horen. Ondanks de inspanningen van het kabinet is dit niet mogelijk gebleken, vanwege het feit dat het land van herkomst van de getuigen geen uitvoering geeft – en naar sterke verwachting in de toekomst ook niet zal geven – aan het rechtshulpverzoek. Gelet op de conclusie die uit het voorgaande kan worden getrokken – namelijk dat het onaannemelijk is dat de getuigen binnen aanvaardbare termijn zullen worden gehoord – is er naar het oordeel van het hof een goede reden dat de getuigen niet zijn gehoord.
De tweede stap is de beoordeling of de verklaringen van de niet-ondervraagde getuigen ‘
sole or decisive’ zouden zijn voor de bewezenverklaring. Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak een bewezenverklaring in beslissende mate zou steunen op de aangifte van [slachtoffer01] en de verklaring van [getuige01] . De in het dossier aanwezige foto is uit dezelfde bron afkomstig en kan op zichzelf geen invulling bieden voor de verweten gedragingen van de verdachte. Andere bewijsmiddelen waarop een bewezenverklaring zou kunnen berusten, ontbreken.
De laatste stap is de vraag of het ontbreken van de mogelijkheid om voornoemde getuigen te horen, kan worden gecompenseerd. Het hof stelt vast dat er geen andere wijze is om de verklaringen van genoemde getuigen te kunnen toetsen en komt tot het oordeel dat er in de onderhavige zaak geen effectieve mogelijkheid is om het niet kunnen horen te compenseren.
De uitkomst van voornoemde beoordeling is dat het gebruik voor het bewijs van de aangifte van [slachtoffer01] en de politieverklaring van [getuige01] in strijd zou zijn met het recht op een eerlijk proces zoals vervat in artikel 6 van Pro het EVRM. Daarom zal het hof de verdachte, wegens gebrek aan voldoende wettig bewijs, vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. R.D. van Heffen en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg,
in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 juli 2023.
mr. R.D. van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]