Op 8 augustus 2022 heeft de verdachte samen met een medeverdachte bij een uitgaansgelegenheid in Amsterdam openlijk geweld gepleegd tegen een aangever. De aangever werd meermalen met de vuist in het gezicht geslagen en getrapt terwijl hij op de grond lag, wat leidde tot lichamelijk letsel zoals een gezwollen hoofdhuid, een opgezwollen oog en een snee in het gezicht.
De verdachte heeft de feiten erkend en het hof acht op basis van verklaringen van de aangever, een getuige en politiebeelden wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en kwam tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging.
Gezien de ernst van het feit, het strafblad van de verdachte en de maatschappelijke impact van uitgaansgeweld, acht het hof een gevangenisstraf passend. Vanwege een eerdere veroordeling tot 26 maanden gevangenisstraf acht het hof het niet opportuun een taakstraf op te leggen en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken met aftrek van voorarrest.