ECLI:NL:GHAMS:2023:202
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging huurrecht na echtscheiding met afwijzing terugvordering bedrag
Partijen zijn in 2008 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder huwelijksgemeenschap. Na verzoek tot echtscheiding en toewijzing van het huurrecht van de woning aan de vrouw, kwam de man in hoger beroep met verzoeken tot toewijzing van het huurrecht aan hem en terugbetaling van €10.000.
Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn grief tegen de echtscheiding, gezien vaste jurisprudentie dat hoger beroep niet dient om een reeds toegewezen echtscheiding terug te draaien. Vervolgens woog het hof de belangen bij het huurrecht af: hoewel de man medische beperkingen heeft, kon hij onvoldoende aantonen dat hij niet kon verhuizen, terwijl de vrouw meer belang had bij het behoud van het huurrecht vanwege haar lagere mobiliteit en financiële situatie.
Ten aanzien van de terugvordering van €10.000 stelde de man dat dit bedrag als voorziening was overgemaakt voorafgaand aan een hersenoperatie, maar het hof vond dat hij deze stelling onvoldoende had onderbouwd. Daarom werd het verzoek afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding, wijst het huurrecht toe aan de vrouw en wijst de terugvordering van €10.000 door de man af.