ECLI:NL:GHAMS:2023:2021

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 juli 2023
Publicatiedatum
4 september 2023
Zaaknummer
23-000823-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding hoger beroep wegens niet-uitreiking aan woonadres in Roemenië

In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter. De verdachte, woonachtig in Roemenië, is niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft vastgesteld dat de dagvaarding in hoger beroep niet is verzonden naar het Roemeense woonadres van de verdachte, terwijl dit volgens artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering verplicht is wanneer de verdachte niet in Nederland is ingeschreven en niet gedetineerd is.

De advocaat-generaal overhandigde een akte waaruit bleek dat de dagvaarding aan het Openbaar Ministerie was betekend omdat de verdachte geen verblijfplaats in Nederland heeft. Uit het dossier blijkt dat de verdachte tijdens een politieverhoor heeft verklaard in Roemenië te wonen en dat zijn Roemeense identiteitskaart een adres in Roemenië vermeldt. Ook de raadsvrouw bevestigde dit adres in haar stukken.

Gezien het ontbreken van verzending van de dagvaarding naar het juiste buitenlandse adres, oordeelt het hof dat de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is uitgereikt. Hierdoor is de dagvaarding nietig verklaard en kan het hoger beroep niet worden behandeld.

Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet-uitreiking aan het buitenlandse woonadres van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000823-22
datum uitspraak: 31 juli 2023
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2020 in de strafzaak onder parketnummer
13-155640-18 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1974,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
31 juli 2023.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Door de advocaat-generaal is een akte van uitreiking met SKDB-staat overgelegd waaruit volgt dat de dagvaarding in hoger beroep op 5 juni 2023 aan het Openbaar Ministerie is betekend, omdat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.
Het hof stelt vast dat de verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie op 5 augustus 2018 heeft aangegeven dat hij woonachtig is in Roemenië. Daarnaast staat op (de kopie van) zijn Roemeense identiteitskaart in het dossier een adres vermeld, te weten [adres01] . Tevens heeft de raadsvrouw zowel in haar stelbrief als in haar appelschriftuur kenbaar gemaakt dat de verdachte woonachtig is op voornoemd adres.
Het hof stelt vast dat er geen omstandigheden zijn die erop wijzen dat laatstbedoeld adres als achterhaald moet worden beschouwd. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voornoemd adres de woon- of verblijfplaats van de verdachte betreft. Nu hij daarnaast ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep niet was gedetineerd, hij niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen en er van hem geen feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, vereiste het bepaalde in artikel 36e, derde lid, van het wetboek van Strafvordering uitreiking (d.m.v. toezending) van die dagvaarding (en een vertaling daarvan) aan voornoemd adres in Roemenië. Het hof stelt vast dat geen dagvaarding naar dat adres is verzonden.
Uit het voorgaande volgt dat de dagvaarding in hoger beroep niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep zal op grond daarvan – nu de verdachte niet ter zitting is verschenen – nietig te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. B.E. Dijkers en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van
mr. L.M. van Leeuwen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 juli 2023.