ECLI:NL:GHAMS:2023:2076
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering omgangsregeling vader met minderjarige wegens zwaarwegende belangen
In deze zaak verzocht de vader een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter vast te stellen. Het hof heeft eerder een tussenbeschikking gegeven en de Raad voor de Kinderbescherming om advies gevraagd. De raad adviseerde om de beslissing over omgang aan te houden voor negen maanden in afwachting van een hulpverleningstraject.
De vader staat achter het advies en wil een band opbouwen, terwijl de moeder het niet eens is met het raadsrapport en vreest dat omgang de gezondheid van haar en het kind schaadt. De minderjarige zelf wil geen omgang met de vader.
Het hof overweegt dat de vader niet aan eerdere toezeggingen heeft voldaan en dat het wantrouwen van de moeder blijft bestaan. Gezien de kwetsbare gezondheid van de moeder en de negatieve impact op het gezin acht het hof omgang op dit moment in strijd met de zwaarwegende belangen van het kind. Het hof bekrachtigt daarom de eerdere beschikking en wijst het verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.