Uitspraak
1.Het wrakingsgeding
2.De feiten en het procesverloop
overkomt als schijn van vooringenomenheid. Vervolgens heeft de wrakingskamer de e-mail met het wrakingsverzoek zoals hiervoor onder 1.1 genoemd ontvangen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de leden van de wrakingskamer die hadden beslist over een eerder wrakingsverzoek in een belastingzaak. Verzoeker stelde dat door zonder zitting te beslissen op een herzieningsverzoek het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor was geschonden, waardoor sprake zou zijn van rechterlijke vooringenomenheid.
De wrakingskamer overwoog dat procedurele beslissingen, zoals het afdoen van een verzoek zonder zitting, in beginsel geen grond voor wraking kunnen vormen. Dit volgt uit vaste rechtspraak en het feit dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan niet leiden tot wraking, tenzij deze onmiskenbaar blijk geeft van vooringenomenheid, wat hier niet het geval was.
De wrakingskamer concludeerde dat de beslissing om het herzieningsverzoek zonder zitting af te doen en de motivering daarvan geen objectieve aanwijzingen bevatten voor vooringenomenheid. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het uitgangspunt konden doorbreken. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd op 18 september 2023 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit S.M.M. Bordenga, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en L. Alwin, in aanwezigheid van griffier P. Stubbe.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid.