Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Bespreking van niet-ontvankelijkheidsverweer
non-prosecution-beginsel – en mede gelet op het
non-punishment-beginsel – op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte. De raadsman heeft verzocht bij de beoordeling een andere maatstaf aan te leggen dan die van ‘een redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie’, omdat die maatstaf in dit soort mensenhandelzaken te streng is en daardoor aan het
non-prosecution-beginsel nauwelijks nog betekenis toekomt. Volgens de raadsman staan in dit geval de gevolgen van de vervolging voor de verdachte – waaronder haar aanhouding in Zwitserland en uitleveringsdetentie die deze tot gevolg heeft gehad – niet in verhouding tot de ernst van het veronderstelde strafbare feit, waarbij in het bijzonder rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat ze zelf langdurig is uitgebuit door dezelfde dader als van wie de aangeefster slachtoffer is geworden.
non-prosecution- en het
non-punishment-beginsel als volgt opgenomen in de Aanwijzing mensenhandel:
Vrijspraak
- het regelen/betalen van de reis van de aangeefster naar Nederland;
- het ophalen van de aangeefster van vliegveld Schiphol en het brengen naar Amsterdam;
- de huisvesting (in Amsterdam) / het bieden van onderdak;
- het meermaals brengen van de aangeefster naar Alkmaar (zodat ze daar kon werken);
- gedurende vele uren per dag en zeven dagen per week laten werken van de aangeefster;
- het zorgdragen dat de aangeefster niet vrijelijk heeft kunnen beschikken over een eigen inkomen;
- de werktijden van de aangeefster;
- enige mishandeling van de aangeefster;
- het afknippen dan wel verven van het haar van de aangeefster;
- het dwingen van de aangeefster door te blijven werken ondanks ziekte (e.d.) en
- het dwingen van de aangeefster tot het verrichten van seksuele handelingen bij mededaders.