Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De verdere beoordeling in hoger beroep
.Omdat partijen de door de rechtbank aangedragen regeling voor verrekening verschillend hebben uitgelegd, was het hof niet in staat op dit punt een beslissing te nemen en heeft het hof een stappenplan gemaakt (r.o. 5.19.1 t/m 5.19.5) aan de hand waarvan partijen de verrekening konden uitvoeren en waarover zij met elkaar in overleg tot een minnelijke regeling zouden kunnen komen. In afwachting van de uitkomsten van een en ander heeft het hof de beslissing in deze zaak aangehouden. Partijen zijn niet in staat geweest tot een vergelijk te komen, hebben hun standpunten over hun berekeningen aan de hand van het stappenplan nader toegelicht met de stukken als genoemd bij 1.2 en hebben het hof verzocht een beslissing te nemen over dit geschilpunt.
brutoinkomen van partijen over 2018. Zoals uit het voorgaande blijkt, moet worden uitgegaan van het netto besteedbaar inkomen over de jaren 2019-2021.
zijnbijdrage aan de totale kosten van de huishouding lager is geworden. In hoeverre de man hiermee rekening heeft gehouden, heeft het hof niet kunnen achterhalen. De man is verder ervan uitgegaan dat de vrouw een bedrag van € 20.647,02 aan privé kosten van de en/of rekening heeft betaald. Hieronder vallen onder meer de kosten van de aanschaf van meubels. De bank die de vrouw in november 2019 heeft gekocht, heeft zij echter niet van de en/of-rekening betaald, maar van haar privé rekening. Hoewel de man terecht aanvoert dat dergelijke privé uitgaven buiten de berekening dienen te blijven, staat de juistheid van het bedrag van € 20.647,02 aldus niet vast. De man gaat daarnaast in zijn berekening ervan uit dat de vrouw vanaf haar eigen rekening een bedrag van € 22.876,65 heeft betaald, maar het is voor het hof niet duidelijk, hoe hij dit bedrag heeft berekend.