ECLI:NL:GHAMS:2023:2191
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging vader en bevestiging pleeggezin als opvoedperspectief minderjarige
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die zijn gezag over de minderjarige beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. De minderjarige verblijft sinds mei 2018 bij pleegouders vanwege ernstige zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling in de thuissituatie.
De rechtbank had het gezag van de moeder reeds beëindigd en nu ook dat van de vader, omdat de ouders niet in staat zijn de verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. De vader voerde aan dat hij betrokken blijft bij de minderjarige en dat beëindiging van zijn gezag niet nodig is. De raad en GI stelden dat het pleeggezin het beste opvoedperspectief biedt en dat de vader door zijn PTSS beperkt belastbaar is.
Het hof oordeelt dat de minderjarige in de thuissituatie ernstig werd bedreigd en dat het pleeggezin haar stabiliteit en ontwikkeling biedt. De maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn niet langer passend. Het gezag van de vader wordt bekrachtigd beëindigd, maar hij behoudt een rol als vader met omgangsrecht en wordt betrokken bij belangrijke beslissingen door de GI.
De beslissing sluit aan bij het belang van de minderjarige en de huidige situatie, waarbij continuïteit en duidelijkheid over haar verblijf in het pleeggezin centraal staan.
Uitkomst: Het gezag van de vader over de minderjarige wordt beëindigd en de voogdij bij de gecertificeerde instelling belegd, met bevestiging van het pleeggezin als opvoedperspectief.