ECLI:NL:GHAMS:2023:221

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
31 januari 2023
Zaaknummer
23-000043-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ingetrokken en verdachte niet-ontvankelijk verklaard

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 5 januari 2022. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 11 januari 2022 en 17 januari 2023 heeft de advocaat-generaal verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.

De raadsman van de verdachte gaf per e-mail aan dat de verdachte het hoger beroep wenste in te trekken. Omdat het onderzoek ter terechtzitting reeds was aangevangen, was intrekking niet meer mogelijk. De verdachte trok daarmee zijn bezwaren tegen het vonnis in.

Het hof oordeelde dat er geen rechtens te respecteren belang meer was bij voortzetting van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 17 januari 2023 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking door zijn raadsman.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000043-22
datum uitspraak: 17 januari 2023
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 januari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-001388-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1965,
adres: [adres01] .

Onderzoek ter terechtzitting

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 januari 2022 en 17 januari 2023.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsman van de verdachte heeft het hof per e-mail van 13 december 2022 geïnformeerd dat hij door zijn cliënt is gemachtigd het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank in te trekken. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 11 januari 2022 zodat intrekking van het hoger beroep niet mogelijk is. De verdachte wenst het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Ook voor het overige is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak. Daarom zal hij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.P. den Otter en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 januari 2023.
mr. A.P.M. van Rijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.