ECLI:NL:GHAMS:2023:2227
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis afwijzing omgangsregeling in kort geding wegens belangen minderjarige
In deze zaak is de vrouw in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter die haar vordering tot vaststelling van een omgangsregeling met haar minderjarige kind heeft afgewezen. Het kind is geboren uit een relatie tussen de vrouw en de man, waarbij de man het eenhoofdig gezag heeft. Het kind heeft een periode in Oekraïne gewoond en verblijft sinds april 2023 in een pleeggezin, later bij de man.
De vrouw vordert een fysieke omgangsregeling met het kind, maar het hof stelt vast dat het kind traumatherapie nodig heeft en dat het contact met de vrouw veilig en geleidelijk moet worden opgebouwd. De hulpverlening, waaronder Kenter Jeugdhulp, is betrokken bij het begeleiden van het contact en het waarborgen van de veiligheid van het kind.
Het hof oordeelt dat het nu vaststellen van een omgangsregeling in kort geding niet in het belang van het kind is en dat de vordering onvoldoende bepaald is. Ook kan de vrouw geen omgangsregeling voor derden vorderen. Daarom wordt het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de omgangsregeling in kort geding afwijst vanwege het belang van het kind.