Op 10 januari 2023 heeft het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep een arrest gewezen waarbij aan de verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden werd opgelegd, waarvan 21 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis. Bij de schriftelijke uitwerking van het arrest is echter door een administratieve misslag de taakstraf niet opgenomen in het dictum.
Het hof constateert dat sprake is van een kennelijke misslag die zich leent voor verbetering. Daarom wordt het dictum van het arrest hersteld en wordt het vonnis ten aanzien van de strafoplegging vernietigd en opnieuw recht gedaan. De strafoplegging omvat nu expliciet de gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 21 maanden voorwaardelijk met algemene en bijzondere voorwaarden, en de taakstraf van 240 uur.
De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldingsplicht bij GGZ Reclassering Fivoor, medewerking aan ambulante behandeling, verblijf in een instelling voor beschermd wonen indien nodig, en meewerken aan middelencontroles. Tevens wordt de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering gebracht op de opgelegde gevangenisstraf.
Het herstelarrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 januari 2023, met aanwezigheid van drie rechters en een griffier.