ECLI:NL:GHAMS:2023:2261
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
OM niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak in strafzaak
Het openbaar ministerie vorderde in eerste aanleg ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van circa €837.384,23 van verdachte, die eerder was veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift en faillissementsfraude. Verdachte werd echter vrijgesproken van medeplegen van gebruik van valse boekingsbevestigingen en facturen.
In hoger beroep sprak het gerechtshof verdachte integraal vrij van het tenlastegelegde. Omdat een veroordeling wegens een strafbaar feit ontbreekt, kan het openbaar ministerie niet ontvankelijk worden verklaard in de ontnemingsvordering.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Hiermee komt een einde aan de ontnemingsprocedure tegen verdachte.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte in de strafzaak.