ECLI:NL:GHAMS:2023:2285
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging wijziging zorgregeling na ondertoezichtstelling in belang van kinderen
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin de zorgregeling voor haar twee minderjarige kinderen is gewijzigd na beëindiging van een ondertoezichtstelling. De moeder verzocht de wijziging te vernietigen en de eerdere regeling te handhaven, stellende dat het belang van de kinderen regelmatige omgang met haar vereist.
De gecertificeerde instelling (GI) en de vader verzetten zich tegen het verzoek van de moeder en steunden de gewijzigde regeling. De GI stelde dat de omgangsregeling passend is bij de behoeften van de kinderen, waarbij met name voor [kind 1] rekening is gehouden met haar verwerkingsproces en voor [kind 2] de regeling als prettig wordt ervaren.
Het hof overwoog dat de omstandigheden sinds de eerdere regeling in 2018 zijn gewijzigd, mede door de complexe gezinssituatie en de ondertoezichtstelling die in 2020 werd opgelegd. De kinderen wonen sinds 2019 bij de vader en hebben sinds juni 2020 geen fysiek contact meer gehad met de moeder. Het contact met [kind 2] is hersteld, maar [kind 1] wil alleen op bepaalde momenten contact.
Het hof hechtte doorslaggevende waarde aan de wensen van de kinderen, die de huidige regeling passend vinden. De moeder kon onvoldoende onderbouwen dat de regeling schadelijk is of dat er sprake is van ouderverstoting. De zorgregeling wordt daarom bekrachtigd, waarbij het belang van de kinderen en hun ontwikkeling centraal staan. Het hof benadrukte het belang van voortzetting van het traject onder begeleiding van Family Supporters om de communicatie tussen ouders te verbeteren.
Uitkomst: De gewijzigde zorgregeling wordt bekrachtigd waarbij de wensen en het belang van de kinderen voorop staan.