ECLI:NL:GHAMS:2023:2314

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2023
Publicatiedatum
10 oktober 2023
Zaaknummer
23-001429-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 6 EVRMWet wapens en munitie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak overval en veroordeling voor bezit automatisch vuurwapen

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 10 oktober 2023 het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd in een zaak waarbij verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij een gewapende overval en het bezit van een automatisch vuurwapen.

Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te verbinden aan de overval, mede vanwege de algemene persoonskenmerken en twijfel over de gebruikte auto. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het medeplegen van de overval.

Ten aanzien van het bezit van het vuurwapen oordeelde het hof dat het aangetroffen machinepistool wel degelijk geschikt was om automatisch te schieten, ondanks een storing na vier schoten. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, maar het hof matigde deze straf tot acht maanden vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Een taakstraf achtte het hof niet passend gezien de ernst van het feit.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen overval en veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf voor bezit van een automatisch vuurwapen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001429-20
datum uitspraak: 10 oktober 2023
TEGENSPRAAK(gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 23 juni 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-271225-19 (zaak A) en 15-074784-20 (zaak B) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1979,
opgegeven adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof
  • ten aanzien van zaak A bewijsoverweging 4.3.1. van de rechtbank zal vervangen op na te melden wijze en de voorwaardelijke verzoeken van de raadsman bespreekt;
  • ten aanzien van zaak B onder paragraaf 4.3.2. een bewijsoverweging zal toevoegen;
  • de strafmotivering van de rechtbank, zoals opgenomen in paragraaf 7.3 van het vonnis, aanvult op na te melden wijze;
  • artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toepasselijke wettelijke voorschriften.

Vrijspraak zaak A

Het hof vervangt bewijsoverweging 4.3.1 als volgt.
Het hof is, evenals de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat het dossier meerdere aanwijzingen bevat dat de verdachte betrokken was bij de gewapende overval.
Deze aanwijzingen leveren ernstige bezwaren op voor het medeplegen van de overval, maar vormen, ook in samenhang bezien, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor dit feit. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de herkenningen van de verdachte door de verbalisanten op de camerabeelden zijn gegrond op dusdanig algemene persoonskenmerken, te weten de lengte en het postuur van de overvaller en de verdachte, dat niet kan worden geconcludeerd dat het onmiskenbaar om de verdachte gaat. Datzelfde geldt voor de stemherkenning. Wat betreft de bij de overval gebruikte auto kan op grond van de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld dat het daadwerkelijk de auto van de verdachte was die bij de overval is gebruikt. Er is immers geen kenteken van de auto bekend, terwijl een zilvergrijze Peugeot 307 een veelvoorkomende auto is. De bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van de buurman van de verdachte, maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders, nu deze verklaring een lange tijd na het feit is afgelegd en het hof twijfelt aan de objectiviteit van de verklaring. Deze verklaring legt dan ook onvoldoende gewicht in de schaal om tot een bewezenverklaring te komen.
Gelet op het voorgaande is het hof, met de raadsman en de rechtbank, van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat de verdachte één van de overvallers is. Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen aan hem in zaak A ten laste is gelegd.
De voorwaardelijke verzoeken van de raadsman tot het horen van verschillende verbalisanten en getuigen, behoeven gezien de vrijspraak geen nadere bespreking.

Bewijsoverweging ten aanzien van zaak B

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat het aangetroffen wapen niet geschikt is om automatisch te vuren en dus niet gekwalificeerd kan worden als een wapen als bedoeld in categorie 2 onder II van de Wet wapens en munitie , waardoor de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit.
Het hof oordeelt als volgt.
Ter terechtzitting is een getuige/deskundige gehoord over het aangetroffen machinepistool. Uit zijn verklaring blijkt dat het desbetreffende wapen geschikt was om automatisch te schieten. De enkele omstandigheid dat na het afvuren van vier afzonderlijke schoten een storingsreactie ontstond, waardoor het daarna niet meer mogelijk was om automatisch te kunnen vuren, maakt naar het oordeel van het hof niet dat het wapen daarvoor niet geschikt was om automatisch te kunnen schieten.

Nadere overweging omtrent de opgelegde straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak B bewezenverklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor beide feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.
De raadsman heeft verzocht om, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop, in geval van bewezenverklaring geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar deze te zoeken in de sfeer van een taakstraf en een hele forse voorwaardelijke gevangenisstraf.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het hof gelet op de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen van categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie in een woning, wordt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden genoemd. Gelet op de ernst van het feit, acht het hof dit in beginsel een passende straf.
Het hof constateert dat artikel 63 van Pro het wetboek van strafrecht van toepassing is. Het hof houdt voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals door zijn raadsman ter terechtzitting naar voren gebracht, en ziet hierin aanleiding een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden op te leggen. Een taakstraf en een forse voorwaardelijk gevangenisstraf, zoals door de raadsman verzocht, acht het hof gezien de ernst van het feit niet op zijn plaats.
Het hof stelt ook vast dat in hoger beroep sprake is geweest van een forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, nu het hoger beroep namens de verdachte op 6 juli 2020 is ingesteld, terwijl het hof eerst thans – 3 jaar en 3 maanden later – arrest wijst. Het hof houdt hier rekening mee door deze straf van negen maanden gevangenisstraf te matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van voorarrest.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigthet vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. M.J.A. Plaisier en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 oktober 2023.
mrs. A.R.O. Mooy, N.E. Kwak en I. Peetoom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]