Uitspraak
raadsvrouw niet gemachtigd)
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het voorhanden hebben van een vals Indonesisch paspoort en identiteitskaart tijdens een transfer op Schiphol. De verdachte had Nederland verlaten na een eerste asielaanvraag en daarna opnieuw een asielaanvraag ingediend.
In hoger beroep stelde het openbaar ministerie ontvankelijkheid en bewijsvoering van het vals paspoort en de valse identiteitskaart. Het hof oordeelde dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de verdachte een beroep toekomt op artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, zoals de politierechter had besloten.
Het hof constateerde tevens dat de dagvaarding in hoger beroep niet persoonlijk aan de verdachte was betekend en dat de verdachte verstek liet. Gezien deze procesrechtelijke omstandigheden en de inhoudelijke onduidelijkheid vernietigde het hof het vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe berechting.