Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:2375

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 oktober 2023
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
200.291.433/02 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging onderzoeksbudget in enquêteprocedure tegen Johema B.V.

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer Amsterdam een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget in een lopende enquêteprocedure tegen Johema B.V. behandeld. Eerder was het budget vastgesteld op €47.600 exclusief btw. De onderzoeker heeft een aangepast plan van aanpak en een nieuwe begroting van de onderzoekskosten ingediend, waarin de kosten zijn opgelopen tot €76.200 exclusief btw.

De Ondernemingskamer heeft partijen de gelegenheid gegeven om op dit verzoek te reageren, maar geen van hen heeft hiervan gebruik gemaakt. Na beoordeling van de aangepaste begroting heeft de kamer geoordeeld dat de kosten en de bestede tijd niet onredelijk zijn. Daarom is het budget verhoogd tot het door de onderzoeker voorgestelde bedrag.

De beschikking is gegeven door de voorzitter en raadsheren van de Ondernemingskamer en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit besluit maakt onderdeel uit van een bredere procedure waarin reeds meerdere beschikkingen zijn genomen over het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij Johema c.s.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget wordt verhoogd tot €76.200 exclusief btw en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.291.433/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 16 oktober 2023
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEHEERSMAATSCHAPPIJ JOHEMA B.V.,
gevestigd te Budel,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [...] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten:
mr. R.J.W. Analbersen
mr. B. Rikkert,beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEHEERSMAATSCHAPPIJ JOHEMA B.V.,
gevestigd te Budel,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [...] ,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. R.J.W. Analbersen
mr. B. Rikkert, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

1.[B] ,

wonend te [...] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C],
gevestigd te [...] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. B.F. Louwerieren
mr. A.H.B. Bouman, beiden kantoorhoudende te Breda,
e n t e g e n
3. de vennootschap naar Belgisch recht,
SPYKE N.V.,
gevestigd te Pelt, Belgie,
BELANGHEBBENDE,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n

4.[D] ,

wonend [...] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[E],
gevestigd te [...] ,
6. de vennootschap naar Belgisch recht
STERU N.V.,
gevestigd te Pelt, België,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. W.L.H. Aertsen
mr. R.A.M.D. Smit, beiden kantoorhoudende te Eindhoven,
e n t e g e n
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOABUY INTERNATIONAL TRADING COMPANY B.V.,
gevestigd te Weert,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOABUY TRADE MARK COMPANY B.V.
gevestigd te Weert,
9.
[F] ,
wonende te [...] ,
10.
[G],
wonende te [...] ,
advocaten:
mr. J.Ph. de Korte,
mr. G.J. Wiltsen
mr. D.B. Smalhout, allen kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- verzoeksters ieder afzonderlijk als Johema en [A] , gezamenlijk als
Johema c.s., en – als voorwerp van deze enquêteprocedure – als de Vennootschappen;
  • belanghebbende sub 1 als [B] ;
  • belanghebbende sub 2 als [C] ;
  • belanghebbenden sub 1 en sub 2 gezamenlijk als [B] c.s.;
  • belanghebbende sub 3 als Spyke;
  • belanghebbende sub 4 als [D] ;
  • belanghebbende sub 5 als [E] ;
  • belanghebbende sub 6 als Steru;
  • belanghebbenden sub 4 t/m 6 gezamenlijk als [D] c.s.;
  • [F] als [F] ;
  • [G] als [G] ;
  • DoaBuy Trade Mark Company B.V. als DoaBuy TMC;
  • DoaBuy International Trading Company B.V. als DoaBuy ITC en gezamenlijk met DoaBuy TMC als DoaBuy;
  • DoaBuy, [F] en [G] gezamenlijk als DoaBuy c.s.;
  • mr. P.D. Olden als Olden;
  • W.L. Meijer als Meijer;
  • mr. P.W. Schreurs als Schreurs.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 mei 2021, 20 mei 2021, 27 oktober 2022 en 31 augustus 2023 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Johema c.s., bepaalde onmiddellijke voorzieningen getroffen, Olden benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 47.600, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.3
Bij de beschikking van 31 augustus 2023 heeft de Ondernemingskamer onder meer bepaald dat de onderzoeksperiode van het eerder bevolen onderzoek, zoals bedoeld in de beschikking van 12 mei 2021, wordt verlengd tot en met 16 februari 2023.
1.4
Bij e-mail van 26 september 2023 heeft de onderzoeker een aangepast plan van aanpak met een aangepaste begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer gezonden.
1.5
Bij e-mail van 3 oktober 2023 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer de advocaten van partijen tot 9 oktober 2023 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget. Geen van partijen heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Bij beschikking van 27 oktober 2022 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget vastgesteld op € 47.600, exclusief btw. De onderzoeker heeft naar aanleiding van de beschikking van 31 augustus 2023 het plan van aanpak aangepast en het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen opnieuw begroot en opgave gedaan van zijn uurtarief en dat van de door hem in te schakelen hulppersonen. De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 76.200, exclusief btw.
2.2
Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de aangepaste begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 76.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 76.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.C. Faber, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 16 oktober 2023.