ECLI:NL:GHAMS:2023:24
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- R.D. van Heffen
- J. Steenbrink
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij mishandeling tijdens demonstratie
De verdachte werd beschuldigd van mishandeling van een onbekend gebleven vrouw tijdens een demonstratie in Rotterdam op 16 oktober 2019, waarbij zij de vrouw meermalen zou hebben geslagen en aan haar haren getrokken. De politierechter veroordeelde haar, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat de verdachte het slachtoffer inderdaad heeft mishandeld, waarbij het trekken aan haren en slaan op het lichaam en gezicht volgens algemene ervaringsregels pijn veroorzaakt. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was van letsel en dat de verdachte handelde uit noodweer of noodweerexces.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een onmiddellijke, wederrechtelijke aanranding door de groep van het slachtoffer, waardoor de verdachte zich mocht verdedigen. Het geweld van de verdachte was proportioneel tot het moment dat het slachtoffer op de grond lag. Daarna werd het geweld excessief, maar door hevige gemoedsbewegingen werd het beroep op noodweerexces geaccepteerd.
Daarom sprak het hof de verdachte vrij en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze beslissing.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweerexces.