ECLI:NL:GHAMS:2023:2455
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling en vakantieverdeling voor minderjarige na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de omgangsregeling en vakantieverdeling van hun minderjarige kind na echtscheiding. De vader kwam in hoger beroep tegen een eerdere beschikking die de hoofdverblijfplaats en zorgverdeling regelde. De moeder stelde zich op het standpunt dat de huidige regeling niet meer passend is vanwege haar ziekte Multiple Sclerose en veranderende behoeften van het kind.
Het hof heeft de verzoeken van beide ouders per thema beoordeeld. De moeder vroeg om aanpassing van de weekendregeling vanwege haar beperkte belastbaarheid, hetgeen door de vader niet werd bestreden. Het hof oordeelde dat de door de moeder voorgestelde regeling, die reeds in praktijk werd gebracht, het beste aansluit bij het belang van het kind.
De vader verzocht om wijziging van de verdeling van de zomervakantie, met name voor 2024 om een reis naar Australië mogelijk te maken, en om een alternerende verdeling van de kerstvakantie. De moeder verzette zich tegen wijzigingen vanwege haar gezondheid en behoefte aan voorspelbaarheid. Het hof gaf de vader grotendeels gelijk, gelet op het belang van het kind en de adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming.
De beschikking vernietigt delen van de eerdere beschikking en stelt de omgangsregeling en vakantieverdeling als volgt vast: aangepaste weekendregeling bij de moeder, zomervakantie 2024 en 2025 eerste drie weken bij vader en daarna roulerend, en kerstvakantie alternerend verdeeld tussen ouders. De rest van de beschikking blijft in stand.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling en vakantieverdeling met aanpassingen in weekenden, zomervakantie en kerstvakantie ten behoeve van het belang van het kind en rekening houdend met de situatie van de moeder.