ECLI:NL:GHAMS:2023:2483
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot wedertewerkstelling afgewezen wegens verstoorde arbeidsverhouding in tandartspraktijk
In deze zaak vordert de werknemer wedertewerkstelling binnen haar eigen tandartspraktijk, terwijl de werkgever stelt dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat re-integratie binnen de praktijk niet redelijk is. De kantonrechter had de vordering toegewezen en de werkgever veroordeeld tot toelating van de werknemer onder dwangsom.
Het hof stelt vast dat de arbeidsverhouding sinds begin 2022 ernstig is verslechterd, met meerdere incidenten en conflicten tussen werknemer en werkgever, alsmede met collega’s. Mediation heeft geen duurzame oplossing gebracht en de communicatie verloopt sinds enige tijd uitsluitend via gemachtigden. Verschillende collega’s verklaren niet met de werknemer te willen samenwerken.
Het hof oordeelt dat de werkgever terecht stelt dat re-integratie binnen de eigen praktijk niet redelijk is en dat de werkgever volstaat met een aanbod tot re-integratie in het tweede spoor. De belangen van de werknemer wegen niet zwaarder dan die van de werkgever om de werknemer niet toe te laten, mede gelet op het lopende ontbindingsverzoek. Het hof vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vordering af, waarbij de kosten van eerste aanleg worden gecompenseerd en de werknemer wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.