ECLI:NL:GHAMS:2023:2508
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en omgangsregeling minderjarige bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, [minderjarige 1], die sinds 2021 bij gezinshuisouders woont. De moeder betwist dat de uithuisplaatsing nog noodzakelijk is en verzoekt om een deskundigenonderzoek en uitbreiding van de omgangsregeling.
Het hof overweegt dat het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling (GI) dat het kind in het gezinshuis zal opgroeien, zonder terugplaatsing bij de ouders, wordt betrokken bij de beoordeling. Uit het dossier blijkt dat de moeder onvoldoende in staat is om de trauma sensitieve opvoeding te bieden die het kind nodig heeft, mede door een onveilige ouder-kindrelatie en regulatieproblematiek bij het kind.
De GI en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen de verlenging van de machtiging. De vader wenst op termijn het kind te verzorgen maar is momenteel niet in staat. Het hof wijst het verzoek van de moeder tot deskundigenonderzoek af vanwege het belang van het kind en bevestigt de huidige omgangsregeling, waarbij uitbreiding wordt uitgesloten zolang de omstandigheden niet verbeteren.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekrachtigd en het verzoek tot deskundigenonderzoek en uitbreiding omgangsregeling afgewezen.