ECLI:NL:GHAMS:2023:2510
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing en inzage bankafschriften in huwelijksvermogensverdeling
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht is in eerste aanleg door de rechtbank Amsterdam de woning aan de [A-straat] te [plaats B] tegen een waarde van €441.000 toegewezen aan de vrouw, met een verplichting tot betaling door haar aan de man van de helft van de waarde bij levering. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De man verzocht het hof om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking, uit vrees dat de vrouw de woning zou verkopen aan huurders die een hoger bod hadden uitgebracht, waardoor hij mogelijk een overwaarde zou mislopen. Tevens verzocht hij inzage in bankafschriften van de vrouw over een half jaar voorafgaand aan de peildatum, vermoedelijk om te onderzoeken of zij gelden had weggesluisd.
Het hof oordeelde dat het belang van de vrouw bij het behouden van de huurinkomsten en het feit dat zij een inkomen uit arbeid heeft, zwaarder weegt dan het belang van de man bij schorsing. De vrouw verklaarde bovendien niet van plan te zijn de woning te verkopen. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen. Ook het verzoek tot inzage in de bankafschriften werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het rechtmatig belang door de man.
Een aanvullend verzoek tot inzage in een erfenis en lijfrentepolissen wordt in een andere procedure behandeld. De beschikking is op 24 oktober 2023 door het hof in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid en het verzoek tot inzage in bankafschriften af.