ECLI:NL:GHAMS:2023:2552

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 oktober 2023
Publicatiedatum
27 oktober 2023
Zaaknummer
23-003153-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 123b Wegenverkeerswet 1994Art. 422 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak rijden met ongeldig rijbewijs wegens ontbreken bewijs kennis ongeldigverklaring

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Holland van 29 november 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor het besturen van een bromfiets met een ongeldig verklaard rijbewijs. De tenlastelegging betrof het rijden op 12 juni 2021 te Hoorn terwijl het rijbewijs van verdachte op grond van een eerdere veroordeling ongeldig was verklaard.

De advocaat-generaal had een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar gevorderd. Tijdens het hoger beroep stelde de raadsman dat niet kon worden vastgesteld dat de brief van het Openbaar Ministerie, waarin de ongeldigverklaring werd medegedeeld, de verdachte daadwerkelijk had bereikt. Hierdoor kon niet worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was.

Het hof concludeerde dat het bewijs ontbrak dat verdachte kennis had van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Op grond hiervan werd het vonnis van de politierechter vernietigd en werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 oktober 2023.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003153-22
datum uitspraak: 26 oktober 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 november 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-073362-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 12 juni 2021 te Hoorn, op de weg, de Lingeweg, als bestuurder een motorrijtuig (tweewielige bromfiets), van categorie AM heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren.

Vrijspraak

Het hof stelt op grond van de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep het volgende vast.
De verdachte heeft op 12 juni 2021 in Hoorn een bromfiets bestuurd terwijl aan hem op
12 augustus 2019 een brief van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie is gestuurd waarin staat dat zijn rijbewijs op grond van het bepaalde in artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 met ingang van 5 juni 2019 ongeldig was geworden. Dit – kort gezegd – omdat hij bij een op 5 juni 2019 onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter was veroordeeld voor een verkeersmisdrijf en al vaker onherroepelijk was gestraft voor een dergelijk misdrijf.
In het dossier bevinden zich geen stukken waaruit blijkt dat de brief van 12 augustus 2019 de verdachte daadwerkelijk heeft bereikt terwijl ook door zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is bepleit dat niet vastgesteld kan worden dat deze brief hem heeft bereikt en dat de verdachte niet wist dat zijn rijbewijs ongeldig was.
Nu bewijs hiervoor ontbreekt is het hof – met de raadsman – van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat de verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs zijn geldigheid had verloren. Het hof zal daarom de verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.W.P. van Heusden en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset en mr. A.C. Vermeijden, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 oktober 2023.
mr. M.K. Durdu-Agema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.