Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep
3.Tenlastelegging
4.Vonnis waarvan beroep
Ja, nu is er dus een kunnen wij denken, als je met hem hebt gewoond dan ken je misschien zijn broer en daarom heb je de sleutel aan zijn broer gegeven” antwoordde [medeverdachte 5] “
nee”. Nadat de verhorende verbalisanten zeiden ”
Dat is wat wij denken”, reageerde [medeverdachte 5] opnieuw met “
nee”. Bij proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2023 heeft één van de verhorende verbalisanten gerelateerd dat hij zich niet kan herinneren waarom een (het hof begrijpt: dit) deel van het verhoor niet is uitgewerkt en niet in de schriftelijke uitwerking van het verhoor is opgenomen.
- proces-verbaal observatie van 21 september 2017 (p. 44 ev.): evidente typefout in een tijdsweergave. Het tijdstip 14.13 uur (sessie 251) dient gelezen te worden als 15.13 uur, gelet op de inhoud van het aan het tapgesprek sessie 251 voorafgegane tapgesprek sessie 250 te 14.49 uur en de op sessie 251 volgende observatie om 15.15 uur;
- proces-verbaal observatie van 22 september 2017 (p. 67 ev.): evidente typefout in een telefoonnummer in de eerste regel onder Deal 3. Het nummer [telefoonnummer 10] dient gelezen te worden als [telefoonnummer 11] ;
- proces-verbaal bevindingen van 11 januari 2018 (p. 225 ev.): evidente onnauwkeurigheden in dagaanduidingen. Op p. 226 dient onder “Overgeven dealtelefoon” in de laatste alinea “woensdag 5 oktober 2017 te worden gelezen als “donderdag 5 oktober 2017” en op diezelfde bladzijde in het derde en vierde blok onder “De analyse werd bevestigd door de onderstaande gesprekken” dient “maandag 23 september 2017” telkens te worden gelezen als “zaterdag 23 september 2017”.
- proces-verbaal van bevindingen van 3 oktober 2017. Dit proces-verbaal ziet op een observatie op 2 oktober 2017 (p. 142 ev.). De verdediging heeft aangevoerd dat een herkenning door verbalisant [verbalisant 1] uiteindelijk wordt geverbaliseerd door verbalisant [verbalisant 2] (p. 161 ev.). Het hof stelt vast dat 5 verbalisanten, te weten [verbalisant 1] , [verbalisant 4] , [verbalisant 5] , [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , het proces-verbaal van de observatie op 2 oktober 2017 hebben opgemaakt en ondertekend. Ook stelt het hof vast dat verbalisant [verbalisant 2] op 3 oktober 2017 een afzonderlijk proces-verbaal van herkenning van [medeverdachte 4] heeft opgemaakt. Zij relateert onder meer dat toen door haar gezien is dat de bestuurder van een Opel Zafira een ontmoeting had met een man. De bestuurder herkende zij als [medeverdachte 4] en zij beschrijft gedetailleerd waaraan zij hem herkende. De stelling van de verdediging, dat een herkenning door [verbalisant 1] wordt geverbaliseerd door [verbalisant 2] volgt het hof niet. Het hof ziet deze processen-verbaal als een over verschillende documenten verspreide verantwoording van wat er door de 6 verbalisanten is waargenomen. Aldus heeft het hof geen reden aan de deugdelijkheid van het geverbaliseerde te twijfelen;
- de tapuitwerking sessie 266 (p. 29). De verdediging heeft gesteld dat het gesprek in de Engelse taal is gevoerd, het vertaalde (het hof begrijpt: in het Nederlands vertaalde) gesprek is bijgevoegd met de datum 11 januari 2018 terwijl het proces-verbaal uitgaat van een Engelse uitwerking die is toegevoegd als bijlage. Het hof stelt vast dat de uitwerking van sessie 266 in de Engelse taal is weergegeven. Op p. 45 wordt die uitwerking in het Nederlands vermeld, waarbij wordt opgemerkt: “
- het proces-verbaal van bevindingen van 21 november 2017 van verbalisant [verbalisant 8] (p. 126 ev.). De verdediging heeft ten aanzien van dit proces-verbaal gesteld dat de verbalisant heeft gerelateerd dat hij in de richting van het politiebureau aan de Elandsgracht fietst, maar ook dat hij vanuit de Elandsgracht komt. Gelet op de overige beschrijvingen van zijn posities kan dit volgens de verdediging niet kloppen. Het hof overweegt dat de verbalisant tal van bevindingen gedetailleerd weergeeft. In dat licht is de door de verdediging (overigens met juistheid) geopperde onmogelijkheid van een zodanig ondergeschikt belang, dat in redelijkheid niet hoeft te worden getwijfeld aan de kwaliteit van de verantwoording van de waarnemingen van de verbalisant;
- het proces-verbaal onderzoek Skoda van 15 februari 2018 (p. 1592 ev.). De verdediging heeft naar voren gebracht dat in dit proces-verbaal wordt verwezen naar een verhoor van getuige [getuige 3] . Volgens het proces-verbaal onderzoek Skoda zou [getuige 3] gezegd hebben dat in één van de voertuigen gebruik werd gemaakt van een verborgen ruimte, zulks terwijl [getuige 3] niet spreekt over een Skoda Octavia en een verborgen ruimte. Het hof constateert dat in het proces-verbaal onderzoek Skoda de resultaten van onderzoek aan de grijze Skoda, die op naam staat van [medeverdachte 2] , zijn vastgelegd. Dit voertuig is een taxi. In dit proces-verbaal wordt verwezen naar het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] . Gerelateerd is dat deze getuige heeft verklaard dat er in één van de voertuigen gebruik werd gemaakt van een verborgen bergruimte, waaruit de verdovende middelen werden gehaald. Deze bergruimte zou zich mogelijk bevinden in het middenconsole achter de versnellingspook. [getuige 3] heeft bij de politie over de dealers verklaard (p. 1007 ev.): “
- aangevoerd is nog dat er in het onderhavige strafdossier sprake is van processen-verbaal die “geantedateerd” zijn. Verwezen is hierbij naar het proces-verbaal van 26 september 2017 op p. 65 ev., waarin melding wordt gemaakt van een document met documentcode 8706122 (p. 225 ev.) dat zich uitstrekt over data in oktober 2017, en naar het proces-verbaal van bevindingen van 18 oktober 2017 op p. 187 ev., waarin verwezen wordt naar het proces-verbaal van 11 januari 2018 (documentcode 8706122, p. 225 ev.), het proces-verbaal van 12 januari 2018 (documentcode 8783214, p. 641 ev.) en waarin is vermeld dat [medeverdachte 3] de dealtelefoon zou hebben bemand in de periode van 2 tot en met 16 november 2017.
6.Feiten 1 en 2
7.Bewezenverklaring
hij in de periode van 9 augustus 2017 tot en met 16 november 2017 in Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie - gevormd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]
hij in de periode van 9 augustus 2017 tot en met 16 november 2017 in Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en/of verstrekt en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.
8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
9.Strafbaarheid van de verdachte
10.Oplegging van straffen
11.Beslag
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen.
186 (honderdzesentachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: