Partijen sloten op 17 augustus 2020 een koopovereenkomst voor een bedrijventerrein met kantoor en loodsen, met levering gepland op 21 augustus 2020. Er ontstond discussie over de staat van oplevering, met name over de term "leeg en bezemschoon". Ondanks meerdere rapporten en correspondentie bleef onenigheid bestaan over de noodzakelijke opruimwerkzaamheden.
Op 29 september 2020 werd de akte van levering gepasseerd, waarin een kwijtingsclausule was opgenomen. Partijen hadden voorafgaand aan de levering onderhandeld over een regeling waarbij de koper akkoord ging met een maximale boete van €20.000 en vergoeding van opruimkosten, waarmee volgens het hof finale kwijting was overeengekomen.
De koper stelde na levering schade te hebben geleden door late en niet juiste oplevering en vorderde vergoeding. De rechtbank wees deze vorderingen af omdat partijen finale kwijting hadden gesloten. Het hof bevestigt dit oordeel, oordeelt dat het tegenvoorstel van de verkoper op 29 september 2020 een nieuw aanbod was dat door koper zonder voorbehoud is aanvaard, en dat koper daarmee afstand deed van verdere aanspraken.
Het hof verwerpt het betoog van koper dat de finale kwijting niet mocht worden aangenomen vanwege de voorgeschiedenis en het doel van de levering. Ook het ontbreken van advocaatbijstand bij de koper tijdens de correspondentie wordt als eigen risico aangemerkt. Het bewijsaanbod van koper wordt gepasseerd omdat het niet tot een andere beslissing kan leiden. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en koper wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.