ECLI:NL:GHAMS:2023:2802

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
23-000514-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2020 in twee gevoegde strafzaken. Tijdens de terechtzitting van 23 oktober 2023 gaf de advocaat van de verdachte aan dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waarmee hij zijn eerder opgegeven bezwaren intrekt.

Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal overgenomen om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Er is geen sprake van een rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep, zoals vereist op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom heeft het hof op 23 oktober 2023 besloten de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000514-20
datum uitspraak: 23 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers
15-186514-19 en 15-161517-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
adres: [adres] .
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2023.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de e-mail van de raadsvrouw van 20 oktober 2023, waarvan de inhoud mondeling is herhaald door de raadsvrouw ter terechtzitting van heden, wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. J.L. Bruinsma en mr. B.E. Dijkers in tegenwoordigheid van mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 oktober 2023.