Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Aanvullingen op de bewijsoverweging
ik ben het, waarna diezelfde dag en dagen later het eerder door ‘ [naam01] ’ en [medeverdachte01] gestarte gesprek waarin zij het hebben over het afspreken (met aangever), over diens auto en over (het wisselen van geld) wordt voortgezet. [3] Deze correspondentie van ‘ [naam01] ’ en ‘ [naam02] ’ sluit voorts aan op de correspondentie tussen de verdachte en aangever voor en na 30 november over het maken van een afspraak en het wisselen van geld. [4] De eerdere afspraak om het geld te wisselen ging niet door, waarna vervolgens op 3 december 2021 door de verdachte met de aangever wordt afgesproken, hetgeen dan ook wordt besproken door ‘ [naam02] ’ en [medeverdachte01] . Het hof vindt hierin steun voor de vaststelling dat ‘ [naam01] ’ en ‘ [naam02] ’ beiden de verdachte betreffen en benadrukt daarbij nog eens dat er niet alleen de eerdergenoemde zelfstandige aanwijzingen zijn dat ’ [naam01] ’ de verdachte is, maar dat ook de correspondentie van ‘ [naam02] ’ in tijd en inhoud heel duidelijk aansluit op het aankomen van de verdachte bij de woning van aangever op 3 december.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
op andere wijze in haar persoon is aangetast.
Beslag
Voorlopige hechtenis
BESLISSING
€ 5.055,05 (vijfduizend vijfenvijftig euro en vijf cent) bestaande uit € 55,05 (vijfenvijftig euro en vijf cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.