Op 3 december 2021 pleegden verdachte en een medeverdachte een gewapende overval in de woning van het slachtoffer in Amsterdam waarbij zij 35.500 euro wisten te stelen. Verdachte lokte het slachtoffer met het voorwendsel van het wisselen van geld naar zijn woning. Tijdens de overval bedreigde de medeverdachte het slachtoffer met een vuurwapen, bonden zij het slachtoffer vast met tiewraps en mishandelden hem door te schoppen en slaan.
De rechtbank baseerde haar oordeel op onder meer chatberichten via WhatsApp en Signal, waarin verdachte en medeverdachte de overval voorbereidden en het gebruik van een vuurwapen bespraken. Verdachte was vanaf het begin betrokken bij het plan en voerde zelf ook geweldshandelingen uit. De rechtbank vond bewezen dat verdachte samen met medeverdachte het vuurwapen voorhanden had en opzet had op het gebruik van geweld.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 42 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit, de traumatische impact op het slachtoffer en het feit dat verdachte een first offender is. Daarnaast werd de zwarte iPhone van verdachte verbeurd verklaard omdat deze werd gebruikt bij de planning van de overval.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding. De rechtbank kende € 55,05 aan materiële schade toe en € 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, met wettelijke rente vanaf de datum van het strafbare feit. De overige schadevorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing of omdat deze bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
De schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd zodat het slachtoffer niet zelf de schade hoeft te innen. De straf en schadevergoeding zijn hoofdelijk opgelegd aan verdachte en medeverdachte.