ECLI:NL:GHAMS:2023:2946
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.M. van Amsterdam
- P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
- R.D. van Heffen
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen raadsheer-commissaris ongegrond verklaard in hoger beroep
In het hoger beroep tegen een vonnis waarbij verzoekster was veroordeeld tot een werkstraf en subsidiair jeugddetentie, werd op 24 oktober 2023 tijdens een getuigenverhoor een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheer-commissaris. Verzoekster stelde dat de raadsheer-commissaris onpartijdigheid had geschonden door het proces-verbaal niet tijdig te verstrekken, de verdediging onvoldoende gelegenheid te geven vragen te stellen, en een waardeoordeel te geven over een getuigenverklaring.
De raadsheer-commissaris verweerde zich door te stellen dat het voorleggen van dossierstukken aan de getuige en het kritisch bevragen daarvan een normale taak is, en dat de vragen na het wrakingsverzoek slechts verduidelijking betroffen. De advocaat-generaal adviseerde afwijzing van het verzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat geen rechtsregel voorschrijft dat direct na een wrakingsverzoek een proces-verbaal wordt opgemaakt en verstrekt, en dat het niet verstrekken hiervan geen schijn van vooringenomenheid oplevert. Ook het voorleggen van stukken aan de getuige en het stellen van kritische vragen door de raadsheer-commissaris is toegestaan. De verdediging kreeg voldoende gelegenheid vragen te stellen, en de regievoering was niet onbegrijpelijk of partijdig. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer-commissaris is ongegrond verklaard wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.