Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Jeugdbescherming Regio [plaats A] ,
Gerechtshof Amsterdam
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar kinderen bij de pleegmoeder verlengde tot 20 mei 2024. De moeder stelt dat zij grote stappen heeft gezet om haar situatie te verbeteren en dat terugplaatsing mogelijk moet zijn. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren echter de verlenging te handhaven vanwege zorgen over de woon- en opvoedsituatie en het welzijn van de kinderen.
Het hof constateert dat sinds 2016 zorgen bestaan over de thuissituatie en opvoeding bij de moeder. Ondanks positieve ontwikkelingen is de moeder onvoorspelbaar in contactmomenten en communicatie, onder meer door langdurige en onaangekondigde verblijven in het buitenland. De kinderen verblijven sinds oktober 2021 bij de pleegmoeder en maken daar positieve ontwikkelingsstappen. De kinderen hebben duidelijk aangegeven bij de pleegmoeder te willen blijven en ervaren stress en loyaliteitsproblemen door de onzekere situatie.
Het hof acht het in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing te bekrachtigen. Tevens wordt ingegaan op wensen van de kinderen omtrent sportdeelname en vakanties met de pleegmoeder. De beschikking van de kinderrechter wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de pleegmoeder tot 20 mei 2024.