Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2010 tot en met 1 september 2013 een ander, te weten [benadeelde01] , (telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1),
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 6 december 2016 een ander, te weten [benadeelde02] , (telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1)
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 december 2013 tot en met 8 december 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde02] heeft mishandeld door die [benadeelde02] ten val te brengen en/of een of meermalen met kracht te schoppen en/of te slaan en/of stompen;
Vonnis waarvan beroep
Bespreking van in hoger beroep gevoerde verweren ten aanzien van feit 1 en 2
(hierna: Sv).Uit het dossier blijkt niet, althans niet duidelijk, wanneer het onderzoek ‘13Pulaski’ is gestart en wat de aanleiding hiervoor is geweest. Indien de startinformatie heeft bestaan uit de aangifte van [benadeelde02] (
hierna: [benadeelde02]) van 8 december 2016, met betrekking tot het vermeende huiselijke geweld, en het telefonisch onderhoud van 29 augustus 2017, dan kon op basis van die informatie geen redelijk vermoeden van schuld in de zin van artikel 27 Sv Pro aangenomen worden. Dit vormverzuim dient primair te leiden tot uitsluiting van het bewijs als ‘fruits of the poisonous tree’ van al hetgeen rechtstreeks uit het onrechtmatige opsporingsonderzoek is verkregen. Subsidiair dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting van de aangifte en de latere verklaringen van in elk geval de aangeefster [benadeelde01]
(hierna: [benadeelde01]), nu aannemelijk wordt geacht dat [benadeelde01] door de politie is bewogen of uitgelokt tot het doen van aangifte.
hierna: [getuige01] )is het volgende naar voren gebracht. Indien het hof oordeelt dat zijn verklaring in belangrijke mate zou kunnen bijdragen aan de bewezenverklaring van feit 1, en als zodanig ‘decisive’ zou zijn, dient deze verklaring uitgesloten te worden van het bewijs, omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet effectief heeft kunnen uitoefenen.
(hierna: EVRM).Heeft de verdediging die mogelijkheid ten aanzien van een getuige niet gehad dan zal de rechter, als hij deze verklaring van die getuige voor het bewijs wil gebruiken, moeten beoordelen of daarmee het proces als geheel eerlijk is verlopen.
- de redendat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt;
- het gewichtvan de verklaring van de getuige voor de bewezenverklaring van het feit, en
- het bestaan van factoren die
hosselen van nepdopeop de Wallen vindt geen concrete bevestiging in het dossier, noch anderszins. Het hof passeert die stelling dan ook.
Nadere bewijsoverwegingen uitbuiting (feiten 1 en 2)
feit 1vanaf de rechtsoverwegingen 3.3.2.5 (
Juridisch kader mensenhandel) tot en met 3.3.2.7 (
Sub 4, 6 en 9), en ten aanzien van
feit 2vanaf 3.3.3.5 (
Sub 1: dwangmiddelen, handelingen en oogmerk van uitbuiting) tot en met 3.3.3.6 (
Sub 4, 6 en 9). Het hof neemt deze overwegingen over met enkele kleine tekstuele aanpassingen, die hierna worden aangehaald.
Huisvestenonder 3.3.3.5.2. voor feit 2
nietover.
Bespreking van het in hoger beroep gevoerde verweer ten aanzien van feit 3
verzoek tot splitsingvan feit 3 overweegt het hof dat een zaak zich leent voor splitsing indien de rechter van oordeel is dat tussen de tenlastegelegde feiten onvoldoende verband bestaat. Naar het oordeel van het hof is daar in onderhavige zaak geen sprake van, zodat het verzoek van de raadsman reeds daarom wordt afgewezen.
Bewezenverklaring
in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 6 december 2016 te Amsterdam [benadeelde02] met één of meer van de onder lid 1, sub 1 van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en geweld en dreiging met geweld en misleiding en misbruik van een kwetsbare positie, heeft vervoerd, met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1);
hij op 8 december 2016 te Amsterdam [benadeelde02] heeft mishandeld door [benadeelde02] ten val te brengen, te schoppen en te slaan.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01]
onder 1bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft immers inkomsten gederfd omdat de verdachte haar uit de prostitutie afkomstige inkomsten heeft afgenomen. Het hof schat deze gederfde inkomsten op € 100 per dagdeel en gezien de gegevens van de kamerverhuurders op 908 gewerkte dagdelen in de bewezenverklaarde periode, hetgeen neerkomt op een bedrag van in totaal € 90.800.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde02]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren en 5 (vijf) maanden.
€ 105.800 (honderdvijfduizend achthonderd euro)bestaande uit
€ 90.800 (negentigduizend achthonderd euro)materiële schade en
€ 15.000 (vijftienduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 105.800 (honderdvijfduizend achthonderd euro)bestaande uit
€ 90.800 (negentigduizend achthonderd euro) materiële schade en € 15.000 (vijftienduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
251(tweehonderdeenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 73.900 (drieënzeventigduizend negenhonderd euro)bestaande uit
€ 63.900 (drieënzestigduizend negenhonderd euro)materiële schade en
€ 10.000 (tienduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
van € 73.900 (drieënzeventigduizend negenhonderd euro) bestaande uit € 63.900 (drieënzestigduizend negenhonderd euro)materiële schade en
€ 10.000 (tienduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
114(honderdveertien) dagen.