Uitspraak
Onderzoek van de zaak
[naam verdachte]. Deze strafzaak komt voort uit het opsporingsonderzoek dat bekend is onder de naam “ [onderzoeksnaam] ”. In dit onderzoek is sprake van meer verdachten. Ten aanzien van vier verdachten, onder wie [verdachte 1] , wordt gelijktijdig arrest gewezen. De verdachte wordt hierna aangeduid als ‘de verdachte’ dan wel ‘ [verdachte 1] ’. De medeverdachten worden hierna aangeduid als [verdachte 2] , [verdachte 3] en [verdachte 4] .
Tenlastelegging
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot 17 februari 2017, te Uitgeest en/of Heemstede en/of Utrecht en/of Alkmaar en/of Naarden en/of Schiphol (gemeente Haarlemmermeer), in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen (telkens) een of meer voorwerp(en), te weten
zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 17 februari 2017 te Uitgeest en/of Utrecht en/of Amstelveen en/of Alkmaar en/of Vinkeveen (gemeente de Ronde Venen) en/of Schiphol (gemeente Haarlemmermeer), in ieder geval in Nederland en/of Brazilië, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
Fingers cross’(vertaald: ‘duimen maar’) duidt er naar het oordeel van het hof op dat bij de verdachte en haar moeder wel degelijk vooraf wetenschap heeft bestaan omtrent de aard van de reizen van [verdachte 3] . Het hof betrekt daarbij dat [naam 1] , de broer van [verdachte 2] , anderhalf jaar eerder, op 30 oktober 2015 en derhalve een paar maanden voor de reizen van [verdachte 3] in 2016, op Schiphol is aangehouden met onder meer
het hof begrijpt: [naam 1]) wel he, een dag hè’, waarop [verdachte 4] zegt ‘Ja, maar die [naam 1] (
het hof begrijpt: [naam 1]) heeft waarschijnlijk niks hè’. In dat verband acht het hof ook van belang het telefoongesprek tussen de verdachte en [verdachte 4] op 16 februari 2017, waarin [verdachte 4] zegt dat ‘ [verdachte 2] net doet alsof het helemaal niet zo veel is’ en de verdachte antwoordt ‘Ja maar ja, die heeft met meer hogere, snap je? Het kan natuurlijk altijd meer, snap je, dus voor hem in zijn ogen niet’, daarmee naar het oordeel van het hof refererend aan eerdere geldtransporten. Ook het telefoongesprek van 16 februari 2017 waarin de verdachte aangeeft zich zorgen te maken dat de sleutels van de Volvo (die destijds op naam van [verdachte 3] stond, maar door [verdachte 2] werd gebruikt) bij haar thuis worden gevonden en dat alles weg moet, ook de elastiekjes en de geldtelmachine, in combinatie met het telefoongesprek op 15 februari 2017 waarin zij aangeeft dat wat betreft de Mercedes (die ook op naam van [verdachte 3] stond, maar door [verdachte 2] werd gebruikt) ‘het verhaal gewoon is’ dat [verdachte 2] deze tijdelijk op haar vaders naam heeft laten staan vanwege zijn rijbewijs, geeft aan dat zij (tot op detailniveau) op de hoogte is van de (illegale) handel en wandel van haar partner. Elastiekjes wijzen in deze context op te bundelen bankbiljetten en dus op grote geldbedragen en ook de aanwezigheid van een (geld)telmachine wijst in die richting. Dat [verdachte 2] in een Volvo en een Mercedes reed en over grote geldbedragen en een geldtelmachine beschikte, terwijl hij geen legaal inkomen had, was de verdachte derhalve bekend. Al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, leidt het hof tot het oordeel dat bij de verdachte wetenschap bestond omtrent de aard van de reizen die haar vader in opdracht van [verdachte 2] maakte.
onlinebikinihandel van de verdachte, is het hof van oordeel dat niet valt in te zien en ook overigens geenszins aannemelijk is gemaakt dat de verdachte bij
onlineaankopen van bikini’s
contantebetalingen ontving.
Bewezenverklaring
zij in de periode van 1 januari 2014 tot 17 februari 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, voorwerpen, te weten
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Oordeel van de rechtbank en standpunten van partijen
Beslag
‘Kennisgeving en proces-verbaal van beslag onder een derde op vorderingen en roerende zaken ex artikel 94 Sv Pro’van 9 maart 2017 (pagina’s 3107 -3110). In de kennisgeving is vermeld dat op 9 maart 2017 onder de verdachte het batig saldo van € 5.000 op haar [bank] bankrekening met nummer [bankrekeningnummer] is inbeslaggenomen. Uit de kennisgeving blijkt dat het beslag is gegrond op artikel 94 Sv Pro en dient ter waarheidsvinding waaronder begrepen is het aantonen van het wederrechtelijk verkregen voordeel en/of verbeurdverklaring en/of onttrekking aan het verkeer. Het hof zal bepalen dat dit in beslag genomen en nog niet aan de verdachte teruggegeven geldbedrag aan de verdachte wordt terug gegeven, aangezien het strafvorderlijk belang zich daartegen niet meer verzet.
Voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: