Conclusie
Nummer 23/00545
Inleiding
De zaak in het kort
Het eerste middel
DOC-011, dossierpagina 2280). Dit bericht is op 13 februari 2017 door [betrokkene 1] aan [verdachte] verzonden en het luidt als volgt:
Inkomensgegevens van [verdachte] en [medeverdachte 2]
[D]
Stortingen
Het totaalbedrag van de contante stortingen op de rekening is € 26.920.
Aanleiding onderzoek
Inbeslagname Fiat Panda
Geldtransporten
het hof begrijpt: [medeverdachte 3]) wel he, een dag hè’, waarop [betrokkene 1] zegt ‘Ja, maar die [betrokkene 2] (
het hof begrijpt: [medeverdachte 3]) heeft waarschijnlijk niks hè’. In dat verband acht het hof ook van belang het telefoongesprek tussen de verdachte en [betrokkene 1] op 16 februari 2017, waarin [betrokkene 1] zegt dat ‘ [medeverdachte 2] net doet alsof het helemaal niet zo veel is’ en de verdachte antwoordt ‘Ja maarja, die heeft met meer hogere, snap je? Het kan natuurlijk altijd meer, snap je, dus voor hem in zijn ogen niet’, daarmee naar het oordeel van het hof refererend aan eerdere geldtransporten. Ook het telefoongesprek van 16 februari 2017 waarin de verdachte aangeeft zich zorgen te maken dat de sleutels van de Volvo (die destijds op naam van [medeverdachte 1] stond, maar door [medeverdachte 2] werd gebruikt) bij haar thuis worden gevonden en dat alles weg moet, ook de elastiekjes en de geldtelmachine, in combinatie met het telefoongesprek op 15 februari 2017 waarin zij aangeeft dat wat betreft de Mercedes (die ook op naam van [medeverdachte 1] stond, maar door [medeverdachte 2] werd gebruikt) ‘het verhaal gewoon is’ dat [medeverdachte 2] deze tijdelijk op haar vaders naam heeft laten staan vanwege zijn rijbewijs, geeft aan dat zij (tot op detailniveau) op de hoogte is van de (illegale) handel en wandel van haar partner. Elastiekjes wijzen in deze context op te bundelen bankbiljetten en dus op grote geldbedragen en ook de aanwezigheid van een (geld)telmachine wijst in die richting. Dat [medeverdachte 2] in een Volvo en een Mercedes reed en over grote geldbedragen en een geldtelmachine beschikte, terwijl hij geen legaal inkomen had, was de verdachte derhalve bekend. Al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, leidt het hof tot het oordeel dat bij de verdachte wetenschap bestond omtrent de aard van de reizen die haar vader in opdracht van [medeverdachte 2] maakte.