Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- i) het bestreden vonnis zal vernietigen; en uitvoerbaar bij voorraad,
- ii) [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellante] te betalen € 1.608,75 bruto per maand aan salaris, over de periode vanaf 1 november 2015 tot de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst en onder afgifte van correcte salarisspecificaties, met uitzondering van de 15 maanden waarover [naam] in privé € 700,- aan [appellante] heeft voldaan;
- iii) [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellante] 8% vakantietoeslag bruto te betalen over de sub ii bedoelde bruto loonbedragen, onder afgifte van correcte salarisspecificaties;
- iv) [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro van 50%, dan wel een in goede justitie te bepalen lager percentage, over de sub ii en iii bedoelde loon- en vakantietoeslagbedragen;
- v) [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de sub ii, iii en iv gevorderde bedragen;
- vi) [geïntimeerde] zal veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep, met rente.