Betrokkene werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en tot betaling van €14.320 aan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en komt tot een andere beslissing.
Het hof stelt vast dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan het telen van hennep door haar woning ter beschikking te stellen. Dit blijkt uit onderzoek naar vier eerdere oogsten van hennep in haar woning, waarbij zij wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De schatting van het voordeel is gebaseerd op verklaringen van betrokkenen en onderzoeksbevindingen.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €6.000, zijnde €1.500 per oogst voor vier oogsten. Betrokkene wordt verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Het hof wijst verzoeken af om kosten in mindering te brengen wegens onvoldoende onderbouwing. De duur van gijzeling wordt vastgesteld op maximaal 120 dagen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 december 2023.