De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mensensmokkel door het begeleiden van een vrouw bij haar illegale reis naar Nederland onder een valse naam. In hoger beroep stelde de raadsman integrale vrijspraak voor, met een alternatieve verklaring over de reis en relatie tot de betrokken vrouw. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen ongeloofwaardig zijn en dat de verdachte en de vrouw bewust samen reisden, wat wettig en overtuigend bewijs vormt voor mensensmokkel.
De rechtbank had een gevangenisstraf van vijf maanden opgelegd, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Het hof vernietigde dit vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legde een gevangenisstraf van 20 weken op, waarvan 10 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar vond een vrijheidsbenemende straf passend vanwege de ernst van het feit en het ontbreken van verantwoordelijkheid bij de verdachte.
Het hof benadrukte dat mensensmokkel het vertrouwen in internationale identiteitsdocumenten schaadt en strijdig is met maatregelen tegen illegale toegang tot Nederland en de EU. De verdachte wordt veroordeeld op grond van de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 197a van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd uitgesproken op 28 december 2023 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.